Romée werd niet gehoord in de GGZ en eindigde ellendig met middel X
‘Je moet vooral veel bewegen en goed eten’

Laat ik dit verschrikkelijke verhaal maar beginnen met het einde. Het einde van Romée. Haar ouders beseften ook al geruime tijd vóór hun middelste dochter zich om het leven bracht hoe het zou aflopen. Als we ons in Marieke, Arjan en hun kinderen willen verplaatsen, als we ons willen voorstellen hoe hun leven jarenlang getekend werd door wanhoop én later in berusting in het onvermijdelijke is dat misschien wel een goed idee, beginnen bij het einde.

Dat einde begint vrijdag 1 augustus 2025, rond het middaguur. Marieke en haar zes-en-twintig jarige dochter Romée zitten in de auto op weg naar huis in Hoofddorp. Romée heeft een moeizaam gesprek gehad met haar hoofdbehandelaar in de psychiatrische afdeling van een ziekenhuis in Zuid-Kennemerland. Laat ik hem in dit verhaal maar psychiater John noemen. Later leest u meer over deze ontmoeting, als ik beschrijf wat er allemaal aan het einde voorafging. Voor nu is het genoeg als u weet dat Romée in dit gesprek heeft gevraagd om een andere psychiater “voor de laatste weken’” en dat ze vooralsnog nul op het rekest kreeg omdat zo’n verzoek in de vakgroep moet worden besproken. Ze was erg overstuur. John had haar verteld hoe traumatisch het voor nabestaanden is als iemand suïcide pleegt. Romée worstelde al met een groot schuldgevoel.
Romée is doodmoe als ze thuiskomen. Marieke gaat een rondje hardlopen en daarna douchen om bij te komen van het gesprek. Romée stuurt om kwart voor één een appje naar psychiater Menno Oosterhoff. Hij is geen behandelaar, maar is wel al meer dan anderhalf jaar één van de weinige artsen en andere behandelaars die ze echt vertrouwt. Met hem kan Romée praten over de doodswens die haar al lange tijd beheerst. Hij heeft eerder tevergeefs geprobeerd een poging tot suïcide te voorkomen en haar destijds voorgehouden dat ze nog te weinig behandelingen had gekregen om voor euthanasie in aanmerking te komen. Later wees hij haar de weg hoe ze een traject in zou kunnen gaan. In het appje schrijft Romée aan Menno dat ze zal worden opgenomen, omdat haar moeder dat het beste voor haar vindt.
Ze gaat om half twee naar haar zolderkamer om wat te slapen. Marieke weet dat ze het zelfdodingsmiddel X in haar bezit heeft, maar ze heeft besloten dat niet wéér af te nemen. Dat heeft ze al een paar keer eerder gedaan. Nu heeft ze gedacht, ik kan haar toch niet tegenhouden.
Ze loopt even naar boven om Romée te vragen om zichzelf niets aan te doen, ze kan toch maandag worden opgenomen? Zo is ze wel vaker naar de zolderkamer gegaan. Als ze Romée dan nog zag ademhalen dacht ze altijd, gelukkig, je bent er nog. Marieke is wijkverpleegkundige, maakt de dood mee, heeft mensen zien overlijden, heeft ze dood aangetroffen. Maar nu het om haar dochter gaat is er alleen maar angst en bezorgdheid. Komt ze straks wel naar beneden?
Om twee uur krijgt Menno een tweede appje. Ik kan het niet volhouden. Bedankt voor alles.
Direct daarna belt Romée haar moeder. Angstig. ‘Mam! Ik heb het ingenomen!’
Marieke en Arjan rennen naar boven. Romée is al niet meer aanspreekbaar. Haar ogen zijn naar boven gedraaid, ze heeft gebraakt. Het stinkt in de kamer. Marieke loopt naar beneden, belt 112. Drukt de oproep meteen weg, Romée is stervende, kunnen ze niet beter bij haar blijven zitten? Maar meteen daarna belt ze toch weer. Binnen de kortste keren staan de politie, de brandweer en een ambulance voor de deur. Die komen niet naar binnen. De hulpdiensten handelen overeenkomstig het protocol als er sprake is van besmetting met een onbekende, gevaarlijk giftige stof.

Door die overweldigende aanpak komt het gezin in een surrealistische scéne terecht. De omgeving van hun woning wordt ruim afgezet. Marieke, Arjan en hun dochter Britt moeten naar buiten komen. Arjan en Britt protesteren omdat ze bij Romée willen blijven. Ze worden echter naar buiten geschreeuwd. Allemaal moeten ze hun bovenkleding uittrekken en op een doek gaan liggen, waarna ze door de brandweer worden schoongespoeld. Arjen is als eerste aan de beurt omdat hij het langst bij Romée heeft gezeten en onderweg naar beneden onwel is geworden. Ondertussen landt een helikopter met aan boord een trauma-arts. Drie brandweerlieden gaan met gasmaskers op naar binnen om Romée op te halen. Ook zij wordt uitgekleed en bespoten. Ze leeft nog, in een schrikreactie maaien haar armen. Ze krijgen wegwerpkleding aan.
Romée wordt met de trauma-arts in een ambulance naar het AMC in Amsterdam gebracht. Nog steeds volgens het protocol mogen haar ouders en zus niet met haar mee, ze moeten met een ambulance naar het ziekenhuis in Zuid Kennemerland voor controle. Arjen op een brancard. Na de controle gaat het hele gezin in een politiebusje met zwaailicht naar het AMC. Als ze daar om twintig voor vijf aankomen zien ze dat Romée in coma ligt. De artsen willen nog een beademingsbuis bij haar inbrengen. Het drietal protesteert, ze zien toch dat Romée stervende is? Er wordt naar hen geluisterd, ze worden alleen gelaten bij Romée. Ze aaien en knuffelen haar. Zeggen dingen.
Even voor vijven sterft Romée.

Kroniek van een nachtmerrie

‘Een nachtmerrie’, zucht Marieke tien maanden later. ‘Een scenario dat Romée nooit heeft gewild. Ze heeft zich altijd extreem schuldig gevoeld naar ons toe, wilde ons zo min mogelijk pijn doen. Ze besefte heel goed dat we enorm verdrietig zouden zijn als ze een eind aan haar leven zou maken. Maar ze kón écht niet meer.’
Marieke zit bij mij thuis voor een interview. Ze heeft de tocht naar Utrecht er graag voor over om te vertellen hoe het zover kon komen. Hoe een jonge vrouw die voor haar ouders, vrienden en vriendinnen gezond en klaar voor het leven leek, in vijf jaar tijd steeds meer werd overheerst door de wens om het leven te verlaten.
Dat verhaal laat zich niet uit één gesprek reconstrueren. Daarom maak ik ook gebruik van het dagboek dat Marieke in die jaren bijhield en van andere documenten, waaronder teksten van Romée zelf.

Een hartstikke leuke meid die het zelf onmogelijk vindt om gelukkig te worden

Ik vraag Marieke wat voor kind Romée was.
‘Ze was heel gevoelig, sociaal, zorgzaam, bescheiden. De basisschool ging haar gemakkelijk af. Ze was slim. Haar zussen trouwens ook.’
Met een brede lach: ‘Ze kon ook heel doortastend zijn. Als peuter al. We noemden haar wel eens Ali Radicali. Anouk was een keer totaal in paniek over een duizendpoot. En Romée zette, páts, haar kleine voetje er op. Ze speelde graag met een buurjongetje dat een spraakgebrek had. Ze nam het altijd voor hem op.’
Voor zich uit starend, stilletjes: ‘Het was een hartstikke leuke meid.’
Ze vertelt dat het atheneum moeilijker voor Romée werd: ‘Niet vanwege de stof, maar vanwege de stress. Ze zat in een vriendinnengroep met behoorlijk wat competitiedrang. Allemaal slimme meiden die hun cijfers met elkaar vergeleken. Romée liet zich daardoor wel meenemen, ze wilde niet buiten die groep vallen. Het kon er best heftig toegaan en Romée was dan een soort mediator die het stel bij elkaar hield. Het was echt iets voor haar dat haar profielwerkstuk ging over de gewrichtsziekte van haar vader. Wat Arjan nou eigenlijk precies mankeerde. Die meiden zijn allemaal gaan studeren. Romée ook. Geneeskunde, samen met twee vriendinnen. Een andere deed rechten. Ze bleven contact houden, ook toen Romée ziek werd. En ze spraken op de rouwbijeenkomst.’

Marieke vraagt of ik de video van die bijeenkomst wil bekijken. Het lijkt me een goed idee. Het zal me vast helpen om een completer beeld van Romée te krijgen.
Romée helpt me daarbij postuum. Halverwege 2023 schrijft ze een brief, Waarom ik dood wil. In de loop van ons gesprek geeft Marieke me het document.
Romée beschrijft zichzelf in de brief.

Ik ben onzeker, perfectionistisch, introvert en trek me veel aan van wat anderen van me vinden. Ik kan slecht tegen onrecht en heb een grote behoefte om anderen te helpen. Ik houd graag de controle en ook graag de autonomie. Als die mij wordt afgenomen voel ik mij in een hoek gedreven en beperkt. Met deze eigenschappen is het haast onmogelijk om gelukkig te worden in de huidige maatschappij, waarin alles draait om excelleren.

2020: Van overbelasting en rouw om oma naar de GGZ-crisisdienst

Aan het begin van ons gesprek vertelt Marieke dat Romées problemen begonnen toen haar oma, Mariekes moeder, overleed in juni 2020 aan darmkanker. Haar ziekbed en dood vielen samen   met de explosieve verspreiding van het covidvirus.
De diagnose was eind maart gesteld. Aanvankelijk verzorgden Marieke, Romée, Anouk en enkele vrijwilligers uit de buren- en vriendenkring de zieke thuis. Als oma zou worden opgenomen mochten ze haar door de coronabeperkingen niet bezoeken. Omdat opa ook ziek werd en de zorglast niet meer te dragen was werd het echtpaar begin juni alsnog opgenomen. Acht dagen later overleed oma. Min of meer tussen neus en lippen vertelt Marieke dat Romée in die periode online haar bachelorexamen voorbereidde en ook nog een baantje in de gehandicaptenzorg had: ‘Ze legde de lat hoog en ze haalde het examen keurig.’
Marieke praat snel. Het is nog maar nauwelijks tot me doorgedrongen hoe zwaar dat eerste halfjaar van 2020 voor haar toen twintigjarige dochter moet zijn geweest of ze vertelt dat Romée kort na de dood van haar oma aan haar vroeg om even boven te komen.
‘Op haar zolderkamer bekende ze dat ze een eetstoornis had. Ze zei niet wat het precies inhield, maar wel dat ze ervoor behandeld wilde worden. Ze vertelde het bijna zakelijk, maar ze ging op slot toen ik erover doorvroeg. Ze wilde sterk zijn, zelf haar problemen oplossen. Zo ging het ook direct na de dood van mijn moeder. Het moet haar veel gedaan hebben, want ze hadden een sterke band met elkaar. Zij was met mij de enige die mijn moeder na het overlijden wilde zien en bij het sluiten van de kist was. Arjan kon dat niet, die vindt de dood eng. Ik kon er ook alleen met Romée echt goed over praten. Dat was een hele steun.’

De eetstoornis was een uiting van overbelasting. Dat bleek een paar maanden later, in september. Romée voelde zich zo zwaar depressief dat ze besloot naar de huisarts te gaan. Die verwees haar direct door naar de crisisdienst. Ze ging er samen met haar moeder heen.
Marieke kijkt terug op die dag, waarop in haar beleving de lijdensweg van Romée begon.
‘Ik was totaal van de kaart, ik wist niet eens dat ze naar de huisarts was gegaan. Ik had wel gemerkt dat ze depressief was, ze bleef vaak stilletjes op haar kamer. De eetstoornis was niet levensbedreigend, maar ze gaf wel geregeld over en ze had soms ook eetbuien.’
Met een lachje: ‘Als de koekjes op waren, wist ik wie het gedaan had.’
‘Bij de crisisdienst moest ik een tijd in de wachtkamer blijven. Tenslotte werd ik door de psychiater binnen geroepen. Hij zei dat Romée een medicijn kreeg tegen de depressies. Ik moest haar goed in de gaten houden. Ik schrok daar zo van, dat ik vergat door te vragen. Thuis las ik in de bijsluiter dat fluoxetine suïcidale gedachten kan versterken. Dat was voor het eerst dat we met haar doodswens geconfronteerd werden. Ze zei altijd dat het goed ging.’

Voor het eerst? Het moet toch langer in haar hoofd hebben gezeten, denk ik. Ik onderbreek Mariekes verhaal en waag een sprong in het duister.
‘Het klinkt alsof jullie niet echt een vertrouwensrelatie hadden.’
Ze denkt na, en herhaalt dan dat Romée haar ouders en zussen wilde beschermen: ‘Hoe zieker ze werd, hoe meer ze ons er buiten wilde houden.’

Afscheidsbrief: als puber dacht Romée al aan zelfdoding

In de afscheidsbrief die Romée een paar jaar later schreef staat dat ze al vanaf het begin van haar puberteit periodes had waarin ze aan zelfdoding dacht. Ze valt in de brief met de deur in huis:

De eerste keer dat ik serieus overwoog om een einde aan mijn leven te maken was toen ik een jaar of twaalf, dertien was. Ik was veel bezig met eten en afvallen. Toen ik een keer thuis kwam na school stonden de fietsen van twee vriendinnen in de tuin. Ik was ervan overtuigd dat zij kwamen om alles aan mijn ouders te vertellen. Ik vond dat zo erg dat ik weg ben gegaan. Ik overwoog om naar het station te fietsen en voor de trein te springen. Uiteindelijk heb ik uren in het bos gezeten omdat ik niet naar huis durfde te gaan. Toen ik uiteindelijk toch ging bleken mijn vriendinnen niks verteld te hebben.

Ze schrijft dat ze in de eerste drie jaar van de middelbare school begon met zichzelf te snijden, in navolging van enkele vriendinnen. Ze voelde zich dom en minder waard dan de rest. De laatste jaren voor ze ging studeren ging het beter, al voelde ze wel steeds meer de prestatiedruk. Dat werd erger toen ze geneeskunde ging studeren.

Ik dacht dat ik mij goed voelde, maar ondertussen ging ik van negen uur ’s ochtends tot negen uur ’s avonds naar de uni omdat ik het honoursprogramma volgde en daarnaast nog allerlei nevenactiviteiten deed.

Ze beschrijft de hectische maanden waarin ze haar laatste tentamens over palliatieve zorg in de stervensfase aflegde, ondertussen bijdroeg aan de zorg voor haar grootouders en ook nog met mensen met een verstandelijke beperking werkte.

Ik heb mijn bachelor af kunnen ronden maar daarna was ik volledig op. Ik voelde me somber en ongelukkig en ook toen kwamen de suïcidale gedachten terug. Om mezelf staande te houden ben ik veel gaan werken (…) zodat ik zo min mogelijk na kon denken. Eind september stortte ik uiteindelijk in en ben ik naar mijn huisarts gegaan.

 Een doolhof van behandelaars, medicijnen en instellingen

Met het bezoek aan de crisisdienst begon voor Romée een vijf jaar durende zoektocht door een doolhof van instellingen in de geestelijke gezondheidszorg. Een doolhof dat bevolkt werd door grote aantallen psychiaters en andere behandelaars die ieder op hun eigen manier, met hun eigen therapieën en medicijnen probeerden haar de weg naar herstel te wijzen. Marieke heeft haar dochter een groot deel van die tocht begeleid. Ze wil er in onze vijf uur durende ontmoeting uitgebreid verslag van doen.
In het begin probeer ik de waterval aan informatie, namen, plaatsen en gebeurtenissen die ze over me uitstort op een rijtje te houden, maar het lukt me niet. Na verloop van tijd zeg ik tegen Marieke dat ik het van de geluidsopname zal moeten hebben om in mijn hoofd en dat van mijn lezers een overzichtelijk beeld van Romées queeste te krijgen. Ze begrijpt het, zegt dat het inderdaad erg veel is, maar stelt me gerust.
Uit een oude boodschappentas haalt ze een plastic map tevoorschijn met daarin een door twee metalen strips bij elkaar gehouden stapel papier.
‘Dit is mijn verslag van die vijf jaar. Ik ben niet meteen begonnen met schrijven toen Romée ziek werd. Het begin, met het overlijden van mijn moeder en de eerste maanden daarna heb ik uit mijn geheugen teruggehaald. In 2022 werd het steeds meer een dagboek. Ik vond zoveel dingen die er met haar gebeurden vreemd, ik dacht misschien moet ik er ooit iets mee doen. Het schrijven hielp me ook tegen het piekeren. Rustig werd ik er niet van, ik maakte me heel vaak erg boos.’

Ik mag de print van haar verslag, zeventig dichtbeschreven Word pagina’s van haar lenen, een aanbod waarvan ik graag gebruik maak. Daarna gaat ze verder met haar verhaal.
Ik merk aan alles dat ze grote behoefte heeft om het helemaal, met alle details te vertellen en besluit om haar zonder veel onderbrekingen en vragen aan te horen.
De dagen na haar bezoek tik ik de geluidsopname uit. Al doende wordt het me duidelijk dat ik Mariekes verslag grondig zal moeten lezen om te voorkomen dat mijn lezers zelf ook verdwalen in het doolhof. Wat u nu leest is zo een vlechtwerk geworden van wat Marieke mij vertelde en het verslag dat ze schreef. Het document lezen was alsof ze nog steeds tegen me praatte. Wat ze me in Utrecht al die uren vertelde, de woorden, de zinnen, uitdrukkingen zelfs, bleken vaak één op één identiek met haar verslag. Ik stelde me voor hoe vol haar hoofd en hart na negen maanden rouwen nog moeten zitten met al die herinneringen.
Marieke brengt in haar verhaal regelmatig haar ervaringen als wijkverpleegkundige ter sprake. ‘Ik weet hoe belangrijk het voor mensen is dat ze een vertrouwensband met hun behandelaren en verzorgers hebben. Romée heeft die kans nauwelijks gehad. Ze kreeg voortdurend te maken met personeelswisselingen. Niet alleen omdat ze bij verschillende instellingen behandeld werd, maar ook doordat behandelaars vertrokken, andere functies kregen of simpelweg omdat de dienstroosters er niet op gericht waren patiënten zoveel mogelijk aan dezelfde personen te koppelen.’

Haar opmerking bracht me er toe om gewoon eens te gaan tellen hoeveel behandelaars Marieke noemde in haar verslag en bij mij thuis. Ik kom tot eenendertig met name genoemde personen, waaronder meerdere psychiaters, deels in opleiding, supervisors, psychologen, verpleegkundigen en (huis)artsen. Verder een flink aantal niet met name genoemde passanten, zoals vervangers. Deze mensen werkten in tenminste dertien instellingen, soms met verschillende afdelingen daarvan, daarnaast twee zelfstandig gevestigden. De instellingen waren ziekenhuizen, waaronder een poli voor jong volwassenen, een instelling voor behandeling van persoonlijkheidsstoornissen, een instelling voor behandeling van eetstoornissen, een voor behandeling van epilepsie en een centrum voor neuropsychologie.

Marieke hield in haar verslag nauwkeurig bij welke medicijnen Romée in dit universum van medische zorg kreeg voorgeschreven en welke therapieën zij volgde. Eenmaal begonnen ben ik die ook gaan tellen. De lijst met medicijnen, een verzameling met onheilspellende namen als fluoxetine, promethazine, midazolam, esketamine en lamotrigine telt zestien namen. Ik heb het advies van een psychiater om meer spinazie en bananen te nuttigen tegen een gebrek aan kalium niet meegeteld.

Elke instelling is een eilandje met een eigen aanpak

Ik sloot mijn inventarisatie af met het tellen van de therapieën die Romée gedurende langere of (zeer) korte tijd heeft gekregen of waarop ze tevergeefs wachtte. Dat waren er minstens elf. Het meest in het oog springend zijn de ECT-behandelingen, een inmiddels weer algemeen aanvaarde therapie tegen ernstige depressiviteit. Een tijdlang was de methode, in de wandeling elektroshock genoemd, uit de gratie als gevolg van de gruwelijke beelden in de film One Flew Over the Cuckoo’s Nest, waarmee Jack Nicholson een Oscar won.
Een bijwerking van ECT, Electroconvulsie Therapie is geheugenverlies. Volgens de Hersenstichting verdwijnen de bijwerkingen snel, maar dat was bij Romée niet het geval. Ze kreeg tussen eind 2023 en september 2024 44 ECT’s en leed als gevolg daarvan aan zwaar geheugenverlies. Toen één van haar psychiaters erkende dat er geen onderzoek is gedaan naar langetermijn effecten bij jongeren werd ermee gestopt. De namen van andere therapieën zijn minstens zo exotisch als die van medicijnen. Ik noem neuro-psychiatrische revalidatie, acceptance and commitment therapy en een emotieregulatietraject. Regelmatig wordt er gezocht naar een instelling die Romée een MBT-behandeling wil geven. MBT staat voor Mentalization-Based Treatment, het zou een bewezen effectieve behandeling zijn voor volwassenen met een borderline persoonlijkheidsstoornis.
Zo had elke instelling voor Romée zijn eigen aanpak. Je zou verwachten dat er één of andere vorm van coördinatie bestond. Daarvan was echter niet of nauwelijks sprake, mede omdat er niet zoiets als een hoofdbehandelaar bestaat met een mandaat om een gezamenlijke aanpak vast te stellen. Het lijkt me een grote tekortkoming waardoor alle instellingen op een eilandje zitten waar ze niet of nauwelijks van weg komen.
De schadelijke effecten van het gebrek aan coördinatie werden aanzienlijk verzwaard door het ontbreken van een diagnose op basis van een gedegen onderzoek. Een kort persoonlijkheidsonderzoek vond pas plaats in juni 2024. De conclusie luidde dat Romée geen persoonlijkheidsstoornis heeft, maar “dat haar stressniveau wel erg hoog oploopt.”
Dat haalt je de koekoek, denk ik.

Kort voor haar overlijden had Romée vijf gesprekken bij een instelling in Amsterdam voor een TPO, een therapeutisch psychologisch onderzoek naar een eventuele persoonlijkheidsstoornis. Pas in het voorlaatste gesprek werd haar gevraagd om de uitslag van het eerdere persoonlijkheidsonderzoek op te sturen, om dubbel werk te voorkomen. Een maand later, inmiddels was het juni 2025, werd daar in het laatste gesprek echter niet op teruggekomen. Ze kreeg te horen dat ze geen stoornis had, maar wel “een aantal persoonlijke kenmerken die haar in de weg zitten.”
Ik hoor de koekoek weer roepen.
Michelle, een vrijgevestigde psycholoog waarmee Romée lange tijd regelmatig therapiegesprekken had oordeelde in een mailbericht aan Marieke dat Romée van al haar behandelaren eigenlijk steeds de boodschap kreeg dat ze te complex was om te behandelen. De psycholoog gunde haar een psychotherapie waarin ruimte is voor alles waarmee Romée worstelde, “omdat het uiteindelijk allemaal met elkaar samenhangt.”
Maar daarvoor was het toen allang te laat. Romée wilde al geruime tijd euthanasie en ze bereidde suïcide voor, mocht het traject te lang duren. Ze had al zeven pogingen gedaan, de meeste serieus. De achtste moest en zóu het lukken.

Augustus 2021: de eerste suïcidepoging, snijden en pillen

Marieke vertelt over de eerste poging.
Romée werd na haar instorting in september 2020 bij twee instellingen behandeld, de ene bij een polikliniek tegen angst en depressie met een cognitieve gedragstherapie, de andere tegen haar eetstoornis. In oktober kreeg ze een epileptische aanval, volgens Marieke veroorzaakt door de antidepressiva die ze inmiddels gebruikte. Voortaan moest ze ook een medicijn tegen epilepsie slikken.
Ondanks dit alles bleef Romée streven naar het behalen van de master geneeskunde. In april 2021 begon ze met coschappen. Die kon ze niet combineren met twee behandelingen tegelijk.  Ze koos voor de aanpak van haar eetproblemen. De behandelaars wilden echter dat ze toch stopte met de coschappen. Af en toe moest ze nog een psychiater zien. Zeer tegen haar zin voldeed Romée aan die eisen.
Marieke, verontwaardigd: ‘Ze was helemaal niet tevreden over die GGZ. Ze zag de ene na de andere psychiater, soms live, soms online. Ze stopte een keer met een online sessie met een systeemtherapeut omdat die halverwege opeens zomaar wegliep om een zak chips te halen, die hij voor het scherm op ging zitten eten. “Iedereen heeft zijn eigen manier van werken,” zei de regiebehandelaar later, toen Romée terugkwam op het incident. Eigenlijk wilde ze opgenomen worden, maar daar was geen sprake van.’
‘In augustus had ze weer eens een overdrachtsgesprek bij de GGZ. Die afspraak was om half twaalf, maar na bijna twee uur was ze nog niet thuis. Dus wij hartstikke ongerust. Uiteindelijk kregen we een heel verward appje van haar. Een half uur later werden we gebeld, of we Romée wilden ophalen, we moesten met haar naar de huisarts. Ze had op de wc haar polsen doorgesneden en tien pillen van haar medicijnen geslikt. Toen Arjan en ik daar aankwamen zat ze alleen in de wachtkamer. We kregen van niemand uitleg, Romée moest vanwege de privacy zelf aan ons vertellen wat er was gebeurd. Dat kon ze helemaal niet. Ze wilde na de huisarts rechtstreeks door naar Anouk, daar zou ze gaan eten. Het leven moest gewoon door, het liefst wilde ze doen alsof het niet was gebeurd. Pas twee maanden later spraken we een van de psychiaters die erbij was toen Romee zo overstuur werd. Maar die liet niet veel los. Alleen dat het een “streng gesprek” was geweest.’
Was het een serieuze poging, vraag ik.
Marieke knikt. ‘Ze wist hoe ze snijden moest. Niet dwars, maar overlangs. Maar toen ze het eenmaal gedaan had is ze zelf uit de wc gelopen. Kennelijk wilde ze toch geholpen worden. Onze huisarts vond het maar een raar verhaal, die wilde dat Romée voortaan maandelijks langs zou komen. Ze begreep ook dat het voor Romée slecht was als ze niets om handen zou hebben. Met haar hulp maakte Romée een keuze voor een master zonder coschappen. Die wist ze bijna af te ronden, tot ze het ruim een jaar later niet meer volhield.’

Oktober 2021: Behandeling gestopt: ‘Je persoonlijkheid is te complex’ – tweede suïcidepoging

Ik realiseer me dat dit ene verhaal al genoeg vragen oproept om een heel gesprek aan te wijden, maar Marieke is al begonnen te vertellen over de tweede suïcidepoging. Die liet niet lang op zich wachten.
‘Een maand later, in september kreeg Romée bij de Amsterdamse instelling waar ze probeerde van haar eetproblemen af te komen uit het niets te horen dat ze na een paar afrondende gesprekken gingen stoppen met die behandeling. Ze had een “te complexe persoonlijkheid.” Terwijl ze dus met haar coschappen was gestopt om er maar niet weggestuurd te worden. We waren erbij, maar te verbouwereerd om te vragen of Romée dan tenminste een doorverwijzing kon krijgen. Op weg naar beneden ging ze van haar stokje, zo gespannen was ze.’
‘Het laatste gesprek had ze in oktober. Ze ging deze keer alleen naar Amsterdam, weer super gespannen. Wij waren bang dat ze in de hoofdvaart zou rijden. Ze kwam thuis, overstuur, voelde zich in de steek gelaten. De volgende ochtend kwam ze als een dronkaard naar beneden, ze was slecht aanspreekbaar. Wij doorvragen. Ze had voor ze ging slapen veertig anti-epilepsietabletten ingenomen en nog tien andere pillen. Ik belde 112, ze werd naar de spoedeisende hulp gebracht. Omdat ze de pillen de vorige avond had ingenomen was er geen gevaar meer, dus húp, we konden weer terug naar huis. Ze heeft er niet eens een psychiater gesproken.’

In de afscheidsbrief Waarom ik dood wil die Romée in mei 2023 schreef vertelt ze wat er na de tweede suïcidepoging gebeurde.

Ik werd toen op de wachtlijst geplaatst voor een poli jong volwassenen. Toen ik daar in december 2021 mocht beginnen kreeg ik te horen dat er nog vier maanden wachttijd zou zijn voor de therapie die zij aanraadden. In die maanden heb ik twee verschillende behandelaren gehad en is de psychiater ook weggegaan. Toen ik aangaf dat ik mijn twijfels had over die therapie werd daar niet naar geluisterd. Na die vier maanden werd ik afgewezen voor die therapie en kon ik weer helemaal opnieuw beginnen. Ik heb toen in overleg met mijn huisarts besloten om te stoppen bij de GGZ, omdat de manier van doen eerder een slecht dan een goed effect had.

24 februari 2022: Mariekes “onderbuikgevoel” voorspelt de derde suïcidepoging

Marieke: ‘Vanaf eind december kreeg ze intensieve thuisbegeleiding. Maar die moest na zes weken worden afgebouwd, omdat ze aan haar max zat. Daarna werden het één op één telefoontjes. Het ging ondertussen helemaal niet goed met haar. Ze trok zich nog meer terug dan anders, was erg in zichzelf gekeerd, soms ook bijna niet meer te bereiken. Ook oogde ze behoorlijk gespannen. Maar het was vooral mijn onderbuikgevoel dat me waarschuwde. Dat klopte altijd. Ik werd dan zelf zenuwachtig, onrustig en ontzettend verdrietig en dan probeerde ik dus hulp te zoeken voor haar.’
‘Drieëntwintig februari hield ik het niet meer en belde ik de thuisbegeleiding om mijn zorgen te uiten. Ze beloofden het door te geven aan degene met wie ze om zes uur zo’n één op één telefoontje zou hebben. Mij zouden ze ook bellen. Om acht uur had Romée nog niets gehoord. Ze stuurde zelf een appje, maar er kwam geen reactie. De volgende ochtend vonden we Romée bewusteloos in bed. Ze had deze keer 130 epilepsietabletten ingenomen en een flinke dosis antidepressiva. Achteraf bleek dat haar appje pas die ochtend was gelezen. We hadden een folder moeten krijgen waarin staat dat je na vier uur in noodgevallen alleen mag bellen, niet meer mailen. Die folder hadden we nooit ontvangen.’

Romée werd vier dagen opgenomen op de High Care van een GGZ in Zuid-Kennemerland.
Marieke: ‘We hadden op de vierde dag een ontslaggesprek met een verpleegkundig specialist. Die stelde allerlei onderzoeken voor, maar daar hebben we nooit meer iets over gehoord. Bij dat gesprek zat ook iemand van de thuisbegeleiding. Ze was behoorlijk aanwezig, maar aan het eind vroeg ze aan Romée hoe ze eigenlijk heette. Die was door dit soort gebrek aan aandacht echt helemaal klaar met de GGZ, ook al omdat ze daar weer geconfronteerd werd met psychiaters in opleiding die na korte tijd weer opstapten. Uiteindelijk zijn we met het hele gezin naar de huisarts gegaan. Daar werd besloten dat we op zoek zouden gaan naar een psycholoog in de vrije vestiging.’
Het zou tot juni 2023 duren voor Romée, na een weinig vruchtbare eerdere reeks gesprekken in Michelle een psycholoog vond waarmee ze wel een klik kreeg.

Februari 2022 tot augustus 2023: in eenzaamheid toewerken naar suïcide met middel X

Romée leek na haar derde suïcidepoging langzamerhand op te knappen. Ze pakte haar masterstudie weer op. Gemakkelijk ging het haar niet af, er waren ups en downs. Tijdens een coschap psychiatrie bij de Amsterdamse Nieuwe Valeriuskliniek zei ze zich depressief te voelen. Er werd begripvol op gereageerd. Romée ervoer daar dat patiënten hun psychiater soms al jaren kenden. Dat was een eyeopener: het was niet normaal wat ze zelf had ervaren in het doolhof.

In het najaar van 2022 maakte ze in haar eentje een langdurige reis naar Bali.
Marieke: ‘Dar was natuurlijk best spannend. We hadden de afspraak dat ze elke dag een appje zou sturen en daar hield ze zich ook aan.’
Uit de afscheidsbrief die Romée in mei 2023 schreef blijkt dat de trip naar Bali allesbehalve een gewone vakantiereis was. Vanaf haar terugkeer werkte ze in volstrekte eenzaamheid toe naar een geplande suïcide.

In september 2022 ben ik op reis geweest om even weg te zijn uit deze omgeving. Toen ben ik meer na gaan denken over wat mijn doel is in deze wereld, wat ik zelf zou willen en wat er van mij verwacht werd. Ik kwam erachter dat ik eigenlijk nooit echt gelukkig ben geweest (…) Ik geloof in verandering en geloof ook zeker dat mijn karaktereigenschappen minder op de voorgrond kunnen staan. Maar ze zullen nooit helemaal weggaan. Met deze karaktereigenschappen zal ik nooit kunnen bereiken wat ik van mezelf verwacht, namelijk het perfecte beeld. Dit maakt dat ik er sterk van overtuigd ben dat ik als individu niet gelukkig kan worden in deze wereld.
Daarom ben ik in december begonnen met het plannen van mijn dood. Ik moest door tot en met en na de bruiloft van mijn zus. Want daar wilde ik bij zijn en ik wilde het haar niet aandoen om mezelf daarvoor iets aan te doen. 25 augustus was de datum waar ik naartoe ging leven. Elk moment dat het minder ging kon ik tegen mezelf zeggen je moet nog tot en met 25 augustus, daarna is het klaar. Dit heeft mij overeind gehouden al die maanden. Ik ben mij gaan verdiepen in de manier waarop ik wilde overlijden. Na mislukkingen met een overdosis was dat geen optie. Maar ik wilde anderen ook niet tot last zijn en wilde niet dat mijn familie me in stukjes zou moeten begraven. Dus ik wilde niet voor de trein springen of van een viaduct. Euthanasie zou ik niet voor in aanmerking komen en daar vond ik de wachttijd ook te lang voor. Middel X was veel in het nieuws en het was verrassend makkelijk om achter de stofnaam te komen. Via een Poolse website heb ik het besteld. Toen ik dit in mei bezorgd kreeg was het voor mij een enorme opluchting, want er was een einde wat ik in eigen hand had. In de maanden daarna ben ik begonnen aan het schrijven van brieven, het schrijven van praktische informatie en het in detail plannen van mijn overlijden. De nacht van 1 op 2 september had de nacht moeten worden waarin ik eindelijk mijn wel verdiende rust zou krijgen. Het was niet direct na de bruiloft, maar wel vroeg genoeg dat mijn zusje nog op reis kon. Ik zou het middel ’s avonds innemen in combinatie met wat slaapmiddelen en rustig in mijn slaap overlijden. (…) Ik wil niet meer leven en dat is geen impulsief besluit. Ik heb hier lang over nagedacht en veel andere opties overwogen. Maar ik besloot zelf dat het voor mij voldoende was, een weloverwogen en vrijwillige beslissing. Altijd heb ik meer om anderen gegeven dan om mezelf, maar deze keer gun ik mijzelf die rust waar ik zo naar verlang.

Die rust kreeg ze niet.
De vertrouwensrelatie met Michelle was inmiddels zo stevig geworden dat Romée haar in augustus bekende dat ze middel X had gekocht en van plan was het binnenkort te gebruiken.
In Mariekes woorden: ‘Ze was tegen Michelle iets te open geweest door te zeggen dat ze het middel X in huis had. Waarschijnlijk omdat Michelle als behandelaar zorgplichtig is belde ze na overleg met onze huisarts de crisisdienst van de GGZ. Romée werd er onmiddellijk opgenomen. Zogenaamd vrijwillig, maar alleen omdat ze besefte dat het anders een gedwongen opname zou worden.’
Ik probeer me voor te stellen hoe Romée zich die laatste dagen van augustus ’23 moet hebben gevoeld in de veronderstelling dat ze op de drempel van de dood stond. Kennelijk heeft ze haar naasten met succes laten denken dat het wel goed met haar ging. Hadden die helemaal niets aan haar gemerkt?
Marieke ‘We hadden lang het gevoel dat suïcide niet meer speelde. Ze leidde op het oog een normaal leven, ging met plezier naar de coschappen en twee keer per week trouw naar Michelle. Van middel X wisten we niets. Op het laatst werd ik misschien wel een beetje wantrouwend. Ze maakte opvallend veel afspraken met vriendinnen. Britt zei achteraf dat ze ook nattigheid voelde, die twee hadden een enorme band. Maar dat het zo acuut was, nee. We waren er na die eerste pogingen sowieso wel op voorbereid dat er iets zou kunnen gebeuren. En dat het haar dan zou kunnen lukken. Britt en ik hielden haar om beurten toch zo’n beetje in de gaten. Tegen beter weten in misschien.’
Romée kreeg een kamer met camerabewaking. Marieke zocht en vond thuis het middel X en leverde het in bij de apotheek van het ziekenhuis.
‘Ze had het op internet gewoon in Polen besteld door te doen alsof ze een farmaceutisch bedrijf had.’

Kort na haar opname stelde Romée voor het eerst de mogelijkheid van euthanasie aan de orde. Marieke: ‘Ik heb meteen gezegd dat ik er achter zou staan als ze het echt zou willen. Dat was voor Romée een enorme opluchting. Ze stond er daardoor ook voor open om nog over behandelingen te praten.’
‘En Arjan?’
‘Het is een emotionele man. Hij vond het heel moeilijk om over euthanasie te praten. Maar hij was het wel met me eens dat we beter naast haar konden gaan staan dan tegenover haar. Toen Romée was opgenomen kreeg hij regelmatig aanvallen van hyperventilatie. Hij kreeg medicijnen en kon al gauw niet meer meegaan naar de wekelijkse zorgafspraakgesprekken. ZAG’s noemden ze dat.’

2 oktober 2023: Een tweede “streng gesprek” na de vierde poging ondermijnt de vertrouwensrelatie

Marieke: ‘Romée voelde zich schuldig over wat ze ons naar haar gevoel aandeed. Ze werd al door de manier waarop ze haar de eerste keer benaderden bang voor die ZAG’s. Dat kwam vooral door de aanpak van de psychiater Sterre, die eindverantwoordelijk was. Ze had geen greintje empathie. Ik vond het een heks, een vreselijke vrouw. Romée zag 23 september zó op tegen het volgende ZAG dat ze uit wanhoop een snoertje om haar nek draaide. Gelukkig was ze nog niet bewusteloos toen ze haar vonden. Het werd toch hoog opgenomen. De verpleegkundige die het ZAG de dag erna voorbereidde was zo verstandig om met Romée op te schrijven wat ze aan de orde wilde stellen. Een soort agenda. Maar toen het gesprek begon kreeg Romée de volle laag van Sterre. Wat ze gisteren had gedaan kón helemaal niet. Als je dit nog een keer doet, word je gedwongen opgenomen. Haar euthanasiewens kon ze wel vergeten, daar had ze nog veel te weinig behandelingen voor gehad. Ik zag Romée in elkaar krimpen, ze hield die agenda als een prop in haar hand. Sterre had helemaal niet door dat zulke zogenaamde strenge gesprekken de hele vertrouwensband aan gort hielpen. Ik ben die hele week bezig geweest om een afspraak te krijgen met haar. Maar daar was geen tijd voor. Ik werd wel gebeld door de basisarts, of ik wist wat een gedwongen opname was. Ik hels natuurlijk. Hoezo? Ik ben wijkverpleegkundige!  Ze wíl helemaal niet door met haar leven, riep ik, ze wil weg bij jullie omdat ze dood wil en hier geen kans krijgt.’
‘Een week later had ik na het officiële ZAG eindelijk een ontmoeting met Sterre en een verpleegkundige die ook bij het strenge gesprek zat. Ze wilden absoluut niet zien dat ze Romées vertrouwen geschaad hadden. Integendeel, ze zeiden dat het gesprek het tij alleen maar ten goede had gekeerd. Ze wilde toch naar huis? Nou dan! In volle overtuiging.’
Die overtuiging heeft Romée misschien wel geholpen om ontslagen te worden uit de crisisafdeling. Na veel en lange gesprekken mocht ze 24 oktober naar huis. Daar zou ze thuisbegeleiding krijgen en de sessies bij haar psycholoog Michelle hervatten. Opties voor uiteenlopende behandelingen passeerden de revue. Romée zei dat ze wilde gaan proberen om het laatste vak voor haar master te halen.
Ik vraag Marieke of dat wel realistisch was, zoveel plannen. De crisis rondom middel X was nog maar een paar weken geleden.
‘Ik weet niks van psychiatrie’, antwoordt ze. ‘Maar ik weet wel dat Romée erg ziek was en tegelijkertijd óók heel graag een normaal leven wilde. Ik maakte me erg ongerust, besefte dat de doodswens van Romée door de GGZ in feite was genegeerd, maar dat die ondanks al haar plannen ook nog steeds in haar hoofd zat. Ik had gehoord over psychiater Menno Oosterhoff en wist dat hij met zijn patiënten wél over euthanasie praatte, dus daar vertelde ik Romée over. Ze hapte meteen toe, achterhaalde zijn mailadres en stuurde een bericht.’

3 November 2023: de tweede vondst van middel X stelt de ouders voor een dilemma

Het verblijf thuis was van korte duur. 3 november ging Romée met Anouk op stap. Ze zei tegen Marieke dat er die dag een boek voor haar bezorgd zou worden. Er kwam inderdaad een pakketje, maar dat was veel te licht voor een boek. Marieke vertrouwde het niet, maakte het open en vond middel X.
‘Toen stonden we voor de keus of we het haar deze keer zouden laten houden of toch maar weer alarm slaan. Jeroen, onze schoonzoon was heel duidelijk. Door Romée het middel te laten houden liepen we het risico strafrechtelijk te worden vervolgd als ze erdoor zou overlijden. Dan zouden we haar geholpen hebben bij de zelfdoding. Dus we sloegen alarm. Nou, de volgende dag werd ze weer opgenomen, Romée helemaal van slag.’
‘Menno Oosterhoff reageerde een dag later op haar mailbericht. Hij belde Romée en mij. Om tot een euthanasietraject te worden toegelaten had Romée volgens hem echt nog te weinig behandelingen gehad. Hij deed suggesties, onder meer elektroshocks, ECT dus. Menno was duidelijk gealarmeerd, hij wilde dat we Romées psychiater vroegen om hem te bellen. Sterre was niet blij met dat verzoek, voelde zich in de keuken gekeken, maar ze zou toch contact met hem opnemen.’
In de tweede en derde week van november vonden op de GGZ bijna dagelijks gesprekken plaats over mogelijke behandelingen in ziekenhuizen en klinieken in Amsterdam, Utrecht, Groningen en Leiden. ECT’s konden waarschijnlijk in de Nieuwe Valeriuskliniek in Amsterdam worden gegeven.
Marieke: ‘Alle sporen werden uitgezet, Romée zou beginnen waar ze het snelst kon starten. Maar ondertussen ging het steeds slechter met haar. Ze at en dronk veel te weinig, maar daar leek helemaal geen controle op te zijn.’

17-29 november 2023: drie suïcidepogingen

Zeventien november belde Marieke naar de afdeling om te vragen hoe het ging, ze zou teruggebeld worden, maar dat gebeurde niet.
‘Anouk had die dag uitreiking van haar diploma en daarna ging ik langs de GGZ. Ik zag Romée wezenloos in een hoekje zitten, je kon geen contact met haar krijgen. Die avond probeerde ze zichzelf weer te verstikken met een schoenveter, de vijfde poging alweer. Deze keer raakte ze buiten bewustzijn. Ze kwam snel bij toen de veter werd losgeknipt. We hoorden dit de volgende dag van Romée zelf, wij werden niet gebeld. Ze zei dat ze het als een vernederende straf had ervaren toen ze haar in de huiskamer op een stoel lieten zitten om na te denken over wat ze kon doen om rustiger te worden.’
Ze haalt haar schouders op: ‘Later zei de verpleging dat het de enige manier was geweest om haar in de gaten te houden, er waren nog meer onrustige patiënten.’

Het zou maar negen dagen duren voor Romée in de GGZ-afdeling de zesde suïcidepoging deed. Negen dagen waarin ze geconfronteerd werd met uitgestelde of gecancelde afspraken met behandelaars en een afwijzing voor een behandeling. Michelle en Menno Oosterhoff probeerden tevergeefs om Romée te weerhouden van een nieuwe poging en om rechtstreeks contact te krijgen met haar behandelaars.
Marieke hield de gebeurtenissen van dag tot dag bij.

Maandag 20 november. Ria, verpleegkundig specialist in opleiding, meldt dat alle sporen uitgezet zijn, maar dat ze van geen van de instellingen die waren benaderd iets terug heeft gehoord. Wij vertellen dat het AMC ons een afspraak heeft gestuurd op 1 december. Dat was bij haar niet bekend.

Dinsdag 21november. Psychologe Michelle deelt onze zorgen en mailt naar de GGZ om met spoed een overleg in te plannen. Ze geeft tien datums. Het wordt pas de laatste, 27 november. In de wandelgangen hoort Romée dat ze voor ECT’s is afgewezen door de Nieuwe Valeriuskliniek, omdat ze er coschappen heeft doorlopen. Maar dit kan niemand bevestigen.

Donderdag 23 november. Menno Oosterhoff belt ons om zijn zorgen te uiten. Hij heeft een mail naar de GGZ-psychiater gestuurd. Hij dringt er op aan dat we Sterre ook benaderen. Joanne, een nieuwe verpleegkundig specialist in opleiding, in de plaats gekomen van Ria, zegt dat ze nu niets kan doen, morgen heeft ze vrij, het moet allemaal wachten tot maandag. Ria kan ze niet bereiken, die werkt nu op een andere locatie. We zijn ten einde raad. Romée voelt zich zo slecht dat ze Britt, op vakantie in Azië, vraagt of ze eerder wil terugkomen dan de geplande 4 december omdat ze het zolang niet meer vol kan houden.

Vrijdag 24 november. Romée heeft om 13 uur een afspraak met een diëtiste, maar die is naar de verkeerde afdeling gestuurd. De afspraak wordt gecanceld. Romée leest in haar eigen rapportage dat er wel telefoontjes zijn gepleegd naar de academische ziekenhuizen in Groningen en Leiden, maar dat er geen dossiers zijn opgestuurd en er dus helemaal niets liep. Ze wil daarover Sterre aanspreken, maar die heeft weer geen tijd. We vragen Menno of hij Romée nog één keer wil motiveren voor een behandeling.

Zaterdag 25 november. Britt landt op Schiphol. We halen Romée op, zodat ze ook thuis is. Om half twaalf heeft ze een telefoongesprek met Menno Oosterhoff. Hij mailt ons terug: ‘Ik kom er niet doorheen.’ Hij wil ECT en ketamine nog een kans geven en hoopt dat de afspraak bij het AMC op 1 december doorgaat. Romée wil zondag nog één keer uit eten met zijn allen.

Zondag 26 november. Na het etentje brengen we haar terug naar de GGZ. Wat ze van plan is wil ze niet zeggen.
Om elf uur ’s avonds belt Romée dat het niet gelukt is. Ze is overstuur en in paniek. Ze wil niet dat we komen. Later hoor ik van de verpleging dat ze inmiddels rustig is en wat heeft gekregen om te slapen.

De rust zou opnieuw niet lang duren. Er volgden drie dagen met uitstel en afstel van een ECT en groeiende wanhoop, waarna Romée opnieuw een suïcidepoging deed.

Maandag 27 november. Om ongeveer half vier belt Sterre op dat Romée de volgende dag kan starten met ECT op de psychiatrische afdeling (PAAZ) van het ziekenhuis in Zuid-Kennemerland. De intake is nog deze middag. Het is een zenuwachtig gesprek, we moeten meteen beslissen. Het zou fijn zijn als we meteen zouden kunnen komen. Op het moment dat we richting de GGZ willen vertrekken worden we weer gebeld. De intake wordt uitgesteld tot morgenochtend, de ECT tot woensdag of donderdag.

Woensdag 29 november. Rond half drie appen we Romée. Ze heeft net te horen gekregen dat het toch allemaal niet doorgaat (…) Ik krijg een verpleegkundige aan de telefoon en die zegt er niets van te snappen (…) Op het moment dat ik haar aan de telefoon heb hoor ik daar het alarm afgaan. De verpleegkundige zegt meteen dat het voor Romée is. Een half uur later belt Joanne dat Romée een poging heeft gedaan zichzelf op te hangen, dat het reanimatieteam is opgeroepen en dat ze nu op de spoedeisende hulp is.

Romée overleefde haar zevende zelfmoordpoging. Op de intensive care werd ze 24 uur in slaap gehouden, aanvankelijk met beademing. Toen ze daarna wakker werd bleek er geen hersenschade te zijn, zoals werd gevreesd. Marieke en Arjan haalden ondertussen Romées spullen op bij de crisisdienst van de GGZ. Daar werden ze ontvangen door vier mensen, waaronder Sterre en Joanne.
Marieke: ‘In dat gesprek kwam naar voren dat de dood daar eigenlijk nooit besproken wordt. Over de strenge gesprekken waardoor de vertrouwensband definitief stuk liep hadden we het niet. We gingen naar haar kamer en namen haar spullen mee. Zij zeiden dat het ook later zou kunnen. Maar oor ons was het duidelijk: Romée zou onder geen beding meer terug gaan naar deze GGZ-afdeling.’
‘Toen we terug waren op de IC was het eerste wat Romée zei dat ze naar de afdeling wilde om sorry te zeggen. Wij vroegen ons af wie er sorry moest zeggen. Romée in ieder geval niet. Het was hartverscheurend om dit uit haar mond te horen.’

December 2023-februari 2024: wankel herstel en een uitstapje naar Sevilla

Twee dagen na haar suïcidepoging verhuisde Romée naar de psychiatrische afdeling (PAAZ) van het ziekenhuis in Zuid-Kennemerland. Haar ouders ontmoetten daar voor het eerst de psychiater John en verpleegkundig specialist Marianne, twee behandelaars waarmee Romée tot haar overlijden te maken zou hebben. Ze kondigden aan dat Romée nog die vrijdagmiddag haar eerste ECT zou krijgen, voortaan twee keer per week aan één kant van haar hoofd.
Romée verbleef ruim twee maanden in de PAAZ. Om haar veiligheid te garanderen kreeg ze een eigen nachtdienst. Overdag en ’s avonds waakten de ouders, zussen en een vriendin. Twee keer per week werd er geëvalueerd of het toezicht kon worden afgebouwd.
Half december eindigde de nachtdienst. Voor het eerst mocht ze een dag naar huis om Anouk en haar man Jeroen te zien, die op reis gingen naar de Verenigde Staten. ‘Een soort vervroegde Kerst’, zegt Marieke.
Vlak voor Kerst mocht Romée vaker naar huis. Ze kreeg nog steeds twee keer per week ECT.
Terugkijkend is de maand december waarin Romée opgenomen was een betrekkelijk stabiele episode, weken waarin ze langzaam de weg omhoog vond.

In de loop van januari waren er tekenen dat die stabiliteit niet lang bleef. De Hamiltonscore, het resultaat van de antwoorden op een reeks vragen over aard en mate van depressiviteit, ging omhoog tot vijftien op een schaal van zeventien. Daarop kreeg Romée nu ECT’s aan beide kanten van haar hoofd.
Maar ze snakte ernaar om ook ’s nachts thuis te mogen zijn. Uit Mariekes verslag blijkt niet waarom die wens 19 februari werd ingewilligd. De ECT werd nog wel elf dagen voortgezet en ze ging twee keer per week naar psycholoog Michelle. Ook had ze wekelijks contact met psychiater John.
Marieke: ‘De eerste week ging het heel goed, maar daarna zagen we haar weer stiller worden. Ze bleef veel op bed liggen. Ze wilde heel graag een paar dagen weg. Het voelde een beetje als een herhaling van haar eerdere vluchtgedrag, maar het leek ons ook goed om er even helemaal uit te zijn. Dus we planden een trip van vijf dagen naar Sevilla. Daar hadden we het gezellig, maar voor Romée was één activiteit per dag voldoende. Ze had veel rustmomenten nodig.’

Maart-april 2024: derde vondst van middel X; in een rolstoel opgehaald van een coschap

De ochtend na thuiskomst uit Sevilla vertelde Arjan dat hij op Romées kamer weer middel X had gevonden.
Marieke: ‘Romée schrok zich een ongeluk toen Arjan haar er mee confronteerde. Ze wist geen woord uit te brengen.’
Ze werd weer opgenomen en de ECT werd hervat. Dat duurde tot 5 april. Daarna mocht ze naar huis. Voor de dagbehandeling moest ze langs de GGZ. Dat bezorgde haar onverklaarbare angsten. Het vermoeden rees dat ze een posttraumatische stressstoornis had overgehouden aan de gebeurtenissen daar, vooral ook omdat ze zich er niets meer van herinnerde. Ze kwam daarom in aanmerking voor EMDR, de therapie met handbewegingen waarmee geprobeerd wordt terugkerende traumatische belevenissen echt tot de verleden tijd te laten behoren.
Romée knapte toch weer op. Ze regelde dat ze aan het eind van april haar coschappen voor haar master hervatte en probeerde ook haar sociale leven weer op te pakken. Marieke maakte zich zorgen over dit zware programma. Ze was ook ongerust over Romées vele medicijngebruik: ‘Thuis zat ze stoned op de bank.’
Romée vond dat haar moeder veel te negatief was. In een telefoongesprek met een specialist in opleiding, kreeg Marieke het advies Romée wat meer los te laten. De spanning tussen moeder en dochter werd een thema dat vaker terugkomt in het verslag. Maar het duurde niet lang voordat bleek dat Mariekes onderbuikgevoel het weer bij het rechte eind had.
Een week nadat Romée haar coschappen hervatte werd Marieke gebeld door een docent. Hij vroeg of ze Romée wilde ophalen, ze was niet lekker geworden.
Marieke: ‘Ze zat in een rolstoel, kon niet lopen en niet praten. We gingen rechtstreeks naar de eerste hulp. Daar stond binnen no time de hele kamer vol met artsen. Die zeiden dat het geen epilepsieaanval was, geen hersenbloeding en ook geen overdosis. Romée raakte ondertussen bewusteloos en reageerde alleen nog op pijnprikkels.’
Na een nacht in het ziekenhuis was Romée opgeknapt. Psychiater John legde later uit dat ze een conversiestoornis had. Bij een teveel aan spanning schakelt het lichaam zich dan uit.
Na het gesprek mocht ze weer naar huis.

Mei-oktober 2024: zorgen over medicijngebruik, geheugenverlies en epilepsie

Weer probeerde ze haar coschappen te hervatten, maar eind mei gaf ze het definitief op na een paar keer halverwege een werkdag naar huis te zijn gegaan. Het leverde haar teveel stress op. Ze klaagde dat haar kennis tekort schoot. Ze weet het aan de ECT’s. Ze gaf aan veel last van geheugenverlies te hebben. Dat lijkt aannemelijk: aantasting van het langetermijngeheugen is een bekende bijwerking. Daarnaast kunnen de medicijnen die ze slikte tegen angst en epilepsie haar suffig hebben gemaakt. Marieke had het gevoel dat Romée maar raak slikte. Ze vroeg een keer aan een apotheker of er wel controle was op de hoeveelheid pillen die iemand gebruikt. Het antwoord was niet geruststellend: op papier bestaat die controle, maar door werkdruk schiet het er vaak bij in. John verzekerde haar echter dat hij alleen kleine hoeveelheden voorschreef.
Het medicijn tegen epilepsie bleek in elk geval geen overbodige luxe: tijdens een korte junivakantie met Marieke in Torremolinos kreeg Romée een insult. In augustus viel ze door weer een aanval van haar fiets. Ze zat vol blauwe plekken en schaafwonden, maar bij de eerste hulp werd geconstateerd dat ze naar huis kon. Romée wist zich er niets van te herinneren, maar ze besefte dat het helemaal niet goed met haar ging.
Marieke: ‘Het was heel confronterend voor haar toen ze een lunch had met vriendinnen, waar een paar studiegenoten zeiden dat ze al klaar waren met de coschappen. Van een ander feestje ging ze eerder naar huis omdat de drukte haar te veel was geworden. In mei had ze ook een aantal EMDR sessies, die ze als heel zwaar en vermoeiend ervaarde. Het maakte haar allemaal heel verdrietig en onzeker. Aan haar vriendinnen lag het niet. Ze bleven contact houden en haar helpen waar ze konden.’
Eind augustus ging het zo slecht met Romée dat ze weer werd opgenomen. Ze kreeg twee keer per week ECT. Omdat John geen zaalarts meer was viel ze nu tijdelijk onder een andere psychiater.
Mariekes zorg over de medicatie kreeg een nieuwe impuls: ‘De eerste avond gaven ze Romée een tablet van honderd milligram van het medicijn tegen epilepsie. Tot die opname had ze twee keer per dag 75 milligram gekregen. Ze meldde het bij de verpleging. Voortaan zou ze weer 75 milligram krijgen. Maar de volgende dag was het toch weer twee keer honderd milligram. Romée veronderstelde dat de afspraak was veranderd en liet het erbij.’

 Maandenlang beschreef Marieke hoe de stemmingen van Romée wisselden. Maanden waarin ze steeds vaker epileptische aanvallen kreeg, soms weer met verwondingen als gevolg. Ze werd behandeld door een neuroloog die de medicatie afwisselend ophoogde en weer afbouwde.
In september ging het een tijdje redelijk.
Marieke: ‘Ze vermaakte zich prima, zocht afleiding en maakte afspraken met vriendinnen. Ze kon zich weer beter concentreren als ze een boek las.’
Maar een paar dagen later: ‘Aan het eind van de week merkte ik dat het toch weer minder werd. Ze lag weer de hele dag op bed.’
Ondanks alle stemmingswisselingen probeerde Romée in contact te blijven met de wereld om haar heen. Ze deed vrijwilligerswerk bij een instelling voor mensen met een lichamelijke en geestelijke beperking en probeerde zelfs zo nu en dan te studeren.
De zorgen om het geheugenverlies, het medicijngebruik en de insulten bleven.
Marieke schrijft over het geheugenverlies:

Ze kan niet meer meekomen in gesprekken met vriendinnen omdat ze zich gebeurtenissen waarover gesproken wordt niet meer herinnert.
Romée vindt het afschuwelijk dat ze bepaalde indrukwekkende situaties niet meer kan terughalen. Ze is bang dat het nooit meer overgaat en ze nooit meer deel kan uitmaken van de maatschappij. Als John toegeeft toe dat hij geschrokken is van het geheugenverlies wordt er gestopt met ECT.

November-december 2024: afnemend vertrouwen in Romées hoofdbehandelaar

Begin november leidde Romées angst tot een crisis. Ze kwam overstuur thuis. John zou hebben gezegd dat het langetermijn geheugen wat ze tijdens depressies kwijtraakt niet meer terug zou komen. Toen Marieke even naar boven ging nam Romée twaalf pillen in waarna ze verward raakte en niet meer op haar benen kon staan. De huisarts verwees haar naar de eerste hulp, waar ze aan de monitor werd gelegd. Zodra alle controles weer goed waren mocht ze toch weer naar huis. Die nacht sliep Romée bij Marieke in bed.
Marieke, Arjan en Britt probeerden grip te krijgen op de hoeveelheid medicijnen die Romée gebruikte. Het was duidelijk dat ze spaarde en zelfstandig vervolgleveringen bij de apotheek regelde.
Marieke: ‘Ze heeft gelogen over achttien tabletten van het medicijn tegen epilepsie. Die vond Britt op de trap. Ze had ze gewoon opgehaald bij de apotheek.’
Marieke noteerde zonder commentaar in haar verslag dat John zonder Romée te hebben gezien toestemming gaf om naar huis terug te gaan., hoewel ze nog steeds verward was en wankel op haar benen stond.  Uit een reeks andere opmerkingen in het verslag blijkt dat Marieke en Romée gaandeweg kritischer werden over Johns begeleiding:

Romée heeft om half elf een belafspraak met John. Hij belt echter niet. Na een half uur neemt ze contact op met de poli, die zegt dat hij erg is uitgelopen met zijn afspraken. Uiteindelijk belt hij pas om twaalf uur. Romée is daardoor erg van slag, ze kan daar niet mee omgaan.

Romée komt overstuur thuis na een fysiek gesprek met John. Ze gebruikt de nodige middelen om rustig te worden en zit ’s avonds stoned aan tafel. In haar ogen neemt John te weinig tijd om over haar geheugenverlies te praten.

John meldt op een vrijdag in een fysiek gesprek dat hij er de volgende week niet is, de week daarna wel en dan weer een week een congres heeft. Romée vindt het lastig dat ze dit zo laat hoort.

Midden november heeft ze een nieuwe afspraak met John. Tijdens dat gesprek zegt hij haar te willen verwijzen naar een instelling in het Gooi. Die heeft een zorgprogramma voor mensen die door een psychiatrische ziekte problemen ervaren met geheugen, plannen, overzicht, concentratie en andere cognitieve functies van het brein. Het lijkt Romée een goed idee. Meer dan een week daarna komt ze gefrustreerd thuis omdat John nog geen verwijsbrief heeft geschreven.

Februari 2025: eindelijk een steun en toeverlaat

Het duurde tot 18 december voor Gooiland Romée belde dat ze haar dossier hadden ontvangen. Maar daarna ging het snel. Na een intake half januari werd ze 4 februari opgenomen.
Marieke: ‘Ze vond het spannend, maar het voelde ook positief. Eindelijk zou ze aan haar toekomst kunnen werken.’
‘Toen ze eenmaal in Gooiland zat zagen we al gauw dat het daar geen keerpunt werd. Van de eerste weken kregen we niet zo goed hoogte. Romée vertelde weinig als we haar opzoeken en in de weekenden was ze stilletjes.’
‘Eind februari gebeurde er iets bijzonders. We werden gebeld door een van haar trainers, Jorien Vernooijs. Ze wilde een afspraak maken met ons en Romée. Zo’n eigen initiatief van een behandelaar hadden we al die jaren haast nooit meegemaakt. Een week later zaten we er. Romée had een lijstje gemaakt van dingen die ze wilde zeggen. Voor ons was het belangrijk om te horen dat ze het heel vervelend vond om elke keer aan ons te moeten vertellen hoe het met haar ging. We hebben toen afgesproken dat ze dat in het vervolg eens in de veertien dagen zou doen.’
Ik veronderstel dat dit voor haar en Arjan moeilijk was.
‘Nou, het was niet echt een nieuw geluid. Ze had wel vaker gezegd dat we haar niet zo dicht op de huid moesten zitten. En dat probeerden we ook, ze was tenslotte een volwassen vrouw. Maar ze woonde wel bij ons en we werden elke dag geconfronteerd met haar depressies. Je komt er niet omheen om daarop te reageren. Ze bleef zich schuldig voelen tegenover ons. We konden honderd keer zeggen dat ze hier ook niet om gevraagd had, maar dat gevoel konden we niet wegnemen. Ze probeerde zich groot te houden, dus ze antwoordde het liefst dat het allemaal best goed ging. Terwijl wij zagen dat het helemaal niet goed ging. Dat was in Gooiland net zo. Van de afspraak over veertiendaagse gesprekken kwam dan ook weinig terecht. We hadden zelfs een keer een gesprek met een neuropsycholoog van Gooiland. Die zei zelfs dat we wat méér met elkaar moesten praten.’
‘De depressie kwam weer helemaal terug. Maar Gooiland liet doodleuk weten dat ze daar zat voor de cognitieve klachten, niet voor behandeling tegen depressies.’

Jorien belde negen april weer. Ze wilde graag dat Marieke en Arjan nog die middag langs kwamen.
‘Dat was wel schrikken, die haast. Maar het bleek wel terecht. Romée had Jorien een mailtje gestuurd of die tijd had om even te praten. Dat gesprek kwam meteen.’
‘Jorien was voor Romée een steun en toeverlaat geworden. Haar vertrouwen was zo groot dat ze had gezegd geen behandeling meer te willen. Ze vroeg hulp om een euthanasietraject te starten. Jorien heeft Romée daarna ondersteund in haar zoektocht naar een onafhankelijke psychiater die met haar in gesprek wilde gaan over haar euthanasiewens en haar daarbij wilde begeleiden. Dat was voor Romée een grote opluchting, maar verder was ze dus weer net zover als anderhalf jaar eerder, toen ze had geprobeerd zich op te hangen. En net als destijds wilde ze nog één keer een reis naar het buitenland maken. Liefst een paar maanden naar Azië. Daar had ze het de weken na dat gesprek met Jorien steeds over. Het leek ons geen goed idee, maar de artsen van Gooiland dachten er heel anders over, die vonden het prima. Die wilden maar niet zien hoe wanhopig Romée was. Ze zat toen al tien weken daar en het werd hoog tijd om toe te werken naar haar ontslag en de tijd daarna. Maar dat gebeurde helemaal niet. Ze hadden ook gezegd dat Romée voor euthanasie nog lang niet in aanmerking kwam. Ze zou toch minstens een MBT therapie moeten volgen. En daarop was totaal geen uitzicht. De enige instelling die nog over was van de drie die ervoor in aanmerking kwamen had nog altijd een enorme wachtlijst. Om daarop te komen moest ze daar eerst nog onderzocht worden., waarvoor óók nog een wachttijd gold.’

Mei-augustus 2025: mailwisseling tussen een bange psychiater en een patiënt met een doodswens

Romée had 1 mei een belafspraak met John, haar hoofdbehandelaar. Hij had haar euthanasiewens wel zien aankomen. Maar hij voelde zich er niet bekwaam genoeg voor, ook niet als Menno Oosterhoff hem zou begeleiden. Romée had een paar dagen eerder weer contact met Oosterhoff opgenomen. Hij dacht dat ze nu wel in aanmerking zou komen voor een euthanasietraject, gezien de lijdensweg na haar laatste suïcidepoging.
Marieke brengt bij mij thuis het debat binnen de beroepsgroep ter sprake en de poging van een aantal psychiaters om justitie in te schakelen omdat ze vermoeden dat jonge mensen door beroepsgenoten en naasten de dood in worden gepraat.
‘Dat debat heeft absoluut effect. John zei eerlijk dat hij bang was voor het tuchtrecht. Hij wilde er echt niets mee te maken hebben. Letterlijk zei hij dat hij zijn vingers er niet aan ging branden, uitzichtloosheid was voor hem veel te moeilijk om te beoordelen. Romée moest leren leven met haar ziekte. Dat zei hij, terwijl ze in mei allemaal dingen deed die er geen twijfel over lieten bestaan dat ze een nieuwe suïcide aan het voorbereiden was. Haar Facebookaccount opheffen. Veel afspraken met vriendinnen. Ze vulde een formulier in om haar hersenen te doneren. Wil je het nóg duidelijker?’
Marieke toont herhaaldelijk haar waardering voor Jorien Vernooijs: ‘Die nam Romées doodswens wel serieus. Ze had inmiddels een psychiater gevonden die een traject met haar wilde beginnen, maar dat kon pas na de zomervakanties.’
Romée was zelf ook actief op zoek. Eind mei meldde ze zich aan bij het Expertisecentrum Euthanasie. Ze had contact met Matthijs van Schendel, de psychiater die ik een jaar geleden voor KEA interviewde naar aanleiding van zijn eerste euthanasie wegens psychisch lijden.
Een paar dagen na het gesprek met John mailde Romée hem met de vraag of Vincent, een collega van hem in het ziekenhuis haar zou kunnen begeleiden in een euthanasietraject. Ze wist dat Vincent dat eerder voor een patiënt had gedaan.

John antwoordde de volgende dag:
Het klopt dat Vincent in het verleden betrokken is geweest bij euthanasie. Hij werkt ook als SCEN-arts (…) Ook is hij betrokken geweest in de tijd van je klinische opnames en ECT. Dit betekent dat hij geen onafhankelijkheid meer heeft in de beoordeling betreffende de geschiktheid voor euthanasie. Dit zou conform de zorgvuldigheidscriteria dus niet kunnen.

Romée hield voet bij stuk, ze kent de wet:
Zou Vincent dan ook niet mogen handelen als eerste psychiater? Die hoeft naar mijn weten niet onafhankelijk te zijn. Aangezien ik ook u daarvoor heb kunnen benaderen.

John was niet te vermurwen:
Je hebt gelijk dat de eerste psychiater niet onafhankelijk hoeft te zijn. Echter, in jouw specifieke situatie (in het kader van zorgvuldigheid) verwijs ik echt naar het expertisecentrum. Mijn collega’s kunnen niet vrijuit oordelen of er wel of geen euthanasie mag plaats vinden.

12 juni 2025: Het ontslag uit Gooiland nadert. Angst om in een gat te vallen

Ondertussen naderde de ontslagdatum, 12 juni. Romée was bang om in een gat te vallen. Er was nog geen enkele behandeling voor haar geregeld, niet door een instelling, niet thuis.
Marieke: ‘Ze had een sterke doodswens. Het gaf haar moed en rust in haar hoofd dat er nu mensen waren met wie ze daarover kon praten. En ook iets déden, al was het maar met haar meelopen. Jorien in de eerste plaats. Maar een euthanasietraject zou sowieso nog lang duren, er moest in die tussentijd toch iéts gebeuren. Het was niks voor haar om passief te blijven, al was ze nog zo uitgeput en wanhopig. Ze wilde ondanks haar verlangen naar euthanasie ook één of andere vorm van begeleiding en therapie.’
‘Eind mei deed ze nog mee met de AMC-run van tien kilometer. Ze had er nieuwe hardloopschoenen voor gekocht en in het Gooi een paar keer tien kilometer gerend. Jammer genoeg haalde ze die run niet, ze kreeg halverwege een insult. Dat was wel weer een lelijke tik op haar neus.’
Voorafgaande aan het ontslag waren er twee bijeenkomsten. Op 4 juni een multidisciplinair overleg. Er namen drie medewerkers van Gooiland aan deel, verder de huisarts, psycholoog Michelle en Romée met haar moeder en zus Anouk. De belangrijkste persoon voor de gang van zaken na het ontslag, Romées hoofdbehandelaar John, ontbrak.
Door de ervaring wijs geworden schreef Anouk een besluitenlijst. Er staan eenendertig punten op, de meeste gaan over afspraken die nog gemaakt moesten worden. Van de weinige acties die je als min of meer als concreet zou kunnen beschouwen waren er twee die Romée zelf in gang had gezet. De vrijgevestigde psychiater Matthijs van Schendel en het Expertisecentrum Euthanasie zouden haar aanvragen in behandeling nemen. Aan een derde punt lag ook een initiatief van Romée ten grondslag. Anderhalf jaar eerder had ze Menno Oosterhoff benaderd. Hij suggereerde toen dat ze wellicht betrokken kon worden bij een langjarig onderzoek naar behandeling van patiënten met ernstige, niet-psychotische, behandelingsresistente depressie met esketamine, een variant van een partydrug. Volgens Oosterhoff werden er in Groningen hoopgevende resultaten mee geboekt. John heeft over die suggestie nooit duidelijkheid gegeven.
In het multidisciplinaire overleg hamerde Marieke op het belang van een goede overdracht van Gooiland aan John. Anouk notuleerde:
Ze geeft aan dat de houding die John nu af en toe naar haar heeft (niet reageren op berichten, haar doodswens niet serieus nemen) triggers kunnen zijn voor een nieuwe suïcidepoging.

Eén concreet punt zal in de komende weken van groot belang blijken.  Marieke vroeg of Jorien Romée nog enige tijd kon blijven ondersteunen. In elk geval zolang er nog geen vervolgbehandeling of begeleiding was opgestart. Dat werd afgesproken.

12 juni 2025, ‘Je moet er maar mee leren leven’

Het ontslaggesprek bij Gooiland op 12 juni leverde niets nieuws op. Zo begon Romée haar terugkeer naar een bestaan thuis precies zoals ze vreesde, ze valt in een gat.
Marieke: ‘Het vloog ons al aan toen we in de auto naar huis reden. Dat werd alleen maar erger door een gesprek dat Romée twee dagen later met John had. We mochten de laatste tien minuten aanschuiven. Maar op geen van onze vragen over de thuisbegeleiding kregen we antwoord. Hij vond dat Romée maar moest aanvaarden dat dit het leven was dat ze moest leiden.’
Romée mailde John een dag later dat ze het ontslaggesprek als vervelend had ervaren en dat ze naar aanleiding daarvan meerdere vragen had:

Ik zou graag willen toewerken naar een plan voor de nabije toekomst. Hiervoor moet eerst mijn stemming verbeteren. Wat kunnen wij hiervoor doen? Ik ben bang voor een herhaling van anderhalf jaar geleden. Hoe kan ik dit voorkomen? U zei tegen mijn ouders dat mijn klachten misschien niet vanuit de psychiatrie zijn te verklaren. Waar valt dit dan wel onder?
Graag zou ik meer duidelijkheid krijgen over de behandelopties, tijdsindicaties en vervolg. Vooral wat betreft de esketaminebehandeling. En wanneer de esketaminebehandeling niet mogelijk is, wat wel mogelijk is en wanneer ik hiermee zou kunnen starten.

John mailde terug:
Beste mevr. Harting, wat jammer dat de afspraak als vervelend is ervaren. Om je vragen te beantwoorden:
Dit is wat we aan het bespreken zijn. Het is mij nog niet duidelijk wat te doen zonder de informatie van bijvoorbeeld (volgt de naam van één van de instellingen waar een therapie of een onderzoek is aangevraagd, en waar nog geen actie uit is voortgevloeid. OB). Zou je die informatie kunnen meenemen naar het gesprek?
Het belangrijkste is stabiliteit. Goed slapen, eten, drinken en regelmatig naar buiten. Zorg voor gezonde afleiding, maar overdrijf niet. Eet omega-3 supplementen, evidence based. Probeer de spanning in het gezin te voorkomen. Proberen piekeren te vermijden. Er zijn behandelopties voor een depressie. Of dit esketamine kan zijn, zijn we aan het uitzoeken.

In de eerste weken na het ontslag boorde Romée haar laatste restjes levenskracht aan. Ze onderzocht hoe ze de resterende zes studiepunten voor haar master kon halen en maakte een afspraak met een studieadviseur. Kon ze de coschappen die ze deed misschien inbrengen voor die zes punten?
Ze zag regelmatig haar vriendinnen en maakte korte wandelingen.
Marieke: ‘Maar het kostte haar erg veel energie en het bleef heel moeilijk om te zien hoe het leven voor anderen doorging en het hare stilstond. Begin juli belde Jorien ons twee keer op voor ze veertien dagen op vakantie ging. Ze droeg de zorg voor die twee weken over aan Michelle en waarschuwde haar en ons dat Romée het erg zwaar had en bang was het niet vol te houden tot ze euthanasie zou kunnen krijgen. Romée had haar een appje gestuurd. Bedankt voor alles. Dat soort appjes hadden we anderhalf jaar eerder ook gezien.’

12 juli 2025: vierde keer middel X; weer afnemen of naast haar gaan staan?

Marieke: ‘Twaalf juli vond ik haar erg sloom en in zichzelf gekeerd. Ik was bang dat ze misschien toch weer extra medicijnen had geslikt en ik ging daarom in een onbewaakt moment op haar kamer zoeken. Toen vond ik in haar handtas middel X. Romée verstijfde helemaal toen ik haar ermee confronteerde. Ze had het bij een vriend laten bezorgen en het was pas die dag in huis. Ze was van plan om het voor het slapengaan in te nemen. Die nacht sliep ze bij mij in bed.’
‘Wij stonden opnieuw voor de vraag of we het middel moesten afnemen. Romée had inmiddels een paar fijne gesprekken gehad met een geestelijk verzorger van een hospice. Die begreep meteen dat een euthanasietraject voor Romée te lang zou duren. We vroegen hem om raad en hij nodigde ons uit voor een gesprek. Romée had hem al verteld dat ze weer middel X had. Een vriend van hem had een paar keer zijn doodswens geuit. Hij had lange tijd geprobeerd hem op te beuren, maar toen hij inzag dat hij daarmee absoluut niet hielp is hij naast hem gaan staan. Hij is met de zus van die man bij het overlijden geweest. Alles werd gefilmd om te kunnen bewijzen dat ze hem niet geholpen hadden.’
‘Na die ontmoeting hebben we het losgelaten. We hadden nog geregeld contact met Menno, dat hielp. Hij zou wel Romées buddy willen zijn als ze toch nog in een euthanasietraject zou komen. Eind juli had Romée een eerste gesprek met Matthijs van Schendel. We zouden in augustus naar hem toe gaan, in Bergen op Zoom. Dat werd echt het doel, het zou sneller kunnen gaan dan met het Expertisecentrum. Ik heb hem ook gesproken, een jong iemand, een aardige lieve man. Hij vroeg om een verwijsbrief van John. Maar ja, het zou toch zeker nog vijf maanden duren.’
Met een gebaar van berusting: ‘Maar het was al te laat. Romée deed de laatste dagen van juli bijna niets anders dan slapen. Menno had haar daarover gerustgesteld. Je bent erg ziek Romée, je mag zoveel slapen als je wil.
‘Ze was echt terminaal. Ik zág haar sterven. Dat zei Jorien ook, toen ze terug was van vakantie.’

Dat was twee dagen voor Romée overleed. Stond John helemaal buitenspel?
Marieke: ‘John? Daar heeft ze alleen maar last van gehad die laatste weken. Jorien had ook hem voor ze op vakantie ging gewaarschuwd dat het heel slecht ging, daar kreeg ze nooit antwoord op. Pas begin juli hoorde Romée van hem dat ze minstens een half jaar niet mee kon doen aan de esketaminestudie omdat ze kort daarvoor die epilepsieaanval had. Moet je nagaan, dat was anderhalf jaar nadat Menno Oosterhoff het voor het eerst geopperd had!’
‘Een paar dagen later zat ze weer bij John omdat ze ging starten met een nieuw medicijn. Het zou alleen zeker veertien dagen duren voor ze zich er beter door zou voelen. Toen Romée zei dat ze die veertien dagen niet meer op kon brengen herhaalde hij maar weer eens dat ze goed moest eten en bewegen. Hij zou 1 augustus, een vrijdag, zijn laatste werkdag hebben.’
Op die dag was er nog een afspraak met Romée gepland. Voor haar was het belangrijk dat hij voor zijn vertrek nog een paar zaken regelde. Daar gaan de laatste mailberichten over.’

Eind juli 2025. Romée mailt John en krijgt antwoord van AI

Over het nieuwe medicijn had Romée op internet gevonden dat daarvoor haar leverwaarden eerst gecontroleerd moesten worden. Moest dat niet gebeuren, vroeg ze 14 juli. Johns antwoord kwam pas vier dagen later, met excuus. Hij had zijn antwoord per ongeluk naar een intern ziekenhuisadres gestuurd:

De reageer op patiëntknop zit naast de reageer op berichtknop, en bij het laatste gaat het bericht dus naar het secretariaat.

En nee, die leverwaarden bepalen hoefde niet, dat was al eerder gebeurd. Romée liet hem daarop weten dat de ziekenhuisapotheek haar had verzekerd dat het toch écht moest. John reageerde dat het geen enkel punt is om even opnieuw leverwaarden te bepalen.
Hij adresseerde inmiddels niet meer met beste Romée maar met beste mevr. Harting. Het ‘je’ is veranderd in ‘u’. John maakt inmiddels gebruik van AI, zo blijkt uit een standaardzin onder zijn mails.

29 juli. Romée: Beste John. Zou u tijdens uw vakantie een afspraak kunnen plannen bij een collega-psychiater?’

John: ‘Beste mevrouw R.L. Harting. Helaas kan ik geen afspraken plannen bij een collega. Indien u vragen heeft of iets wil bespreken, kunnen we dat tijdens onze afspraak op 1 augustus doen.

Romée: Wat is de reden dat ik geen afspraak kan krijgen bij een collega?

Romée, even later: Van Matthijs hoorde ik dat er vanuit u nog een verwijsbrief nodig is voor het euthanasietraject. Zou u deze voor uw vakantie kunnen schrijven, zodat ik het traject in ieder geval kan starten?

Johns antwoord doet vermoeden dat hij geen briefing heeft gekregen van het multidisciplinaire overleg op 4 juni, waar hij ontbrak en waar zowel haar aanmeldingen bij het EE als bij Matthijs van Schendel ter sprake kwamen:

Beste mevrouw Harting. Voor het expertisecentrum? En wie is Matthijs? Volgens de website kun je jezelf aanmelden.

Romée mailde terug wie Matthijs is en dat hij als vrijgevestigde los staat van het expertisecentrum.

John antwoordde weer met behulp van AI in een kreupel geformuleerd bericht:

Beste mevrouw R.L. Harting. Dank voor uw bericht. Dan alsnog, de aanmelding bij het euthanasiecenrum (sic, OB)) is toch echt een persoonlijke.

Romée, drie minuten later: Ik heb een verwijzing nodig om het traject bij Matthijs van Schendel op te kunnen starten. Bij het expertisecentrum is er een wachttijd van meer dan twee jaar.

30 juli. Romée: Ik zou in ieder geval aan willen geven dat ik graag een andere psychiater wil voor de laatste weken. Omdat ik van u geen steun heb ontvangen en ik graag een psychiater zou willen waar ik nog iets aan zal hebben voor de laatste weken. Ik ga er vanuit dat u dit zsm zal regelen.

John, anderhalf uur later: Ik zie dat ik per abuis de berichten aan de poli heb gestuurd in plaats van aan jou. Excuus. De reden dat er geen psychiater gepland kan worden, is dat de poli bij de collegae vol zit. Wat ik kan aanbieden is een contact bij Anja (verpleegkundig specialist, OB) na haar terugkomst en daarna weer bij mij. Overigens benoem je dat over wil naar een andere psychiater. Dit zal ik moeten bespreken in de vakgroep (…)

Romée, een uur later: Om het dus nog duidelijk te maken; mijn voorkeur is een andere psychiater boven u en Anja.

31 juli. Romée: Jammer dat dit nu voor de zoveelste keer misgaat (…) Als ik er zelf nog ben zou ik Anja wel willen zien (…) Kunt u ook nog de verwijsbrief in orde maken voor uw vakantie.?

Romée, even later: Ik begrijp dat je inmiddels een hekel aan me hebt. Maar ik neem wel aan dat je de verwijzing geschreven hebt. Tenzij je me liever dood ziet gaan door zelfmoord dan door euthanasie.

Marieke: ‘Die eenendertigste belde Jorien ons ook nog. In alle staten. Bij de GGZ was besloten dat ze per direct moest stoppen met het begeleiden van Romée. Ze was teveel bij haar betrokken geraakt. Jorien vroeg ons of we er iets tegen zouden kunnen doen, zelf zou ze zich hard maken om door te kunnen gaan. Natuurlijk wilden we dat. Het was rampzalig als Romée haar kwijt zou raken…’

Na een stilte: ‘Maar ja…Een dag later…’

1 augustus 2025, ……

Een dag later, 1 augustus, zat Marieke ’s ochtends met een kop koffie in de wachtkamer van het ziekenhuis. Binnen had Romée een gesprek met John, voor zijn vakantie begon. Het gesprek duurde lang en toen John Marieke ophaalde moest Romée zelf vertellen hoe het was verlopen. Dat vond ze moeilijk. Marieke maakte er uit op dat John haar wilde opnemen, maar dat zij dat weigerde. John voelde niet voor een gedwongen opname, want dan zouden we haar kwijt zijn. Dat was ze met hem eens. Hij wilde ook weer beginnen met elektroshocks.
‘En toen zei hij tegen Romée dat hij patiënten in behandeling had met een trauma omdat ze iemand verloren hadden aan suïcide. Ik was verbijsterd. Romée had al zo’n torenhoog schuldgevoel. Hoe kan je dat nou zeggen als iemand al zo depressief is. Dat is gewoon wreed. Dat is gemeen.’

Romée was doodmoe toen ze na het gesprek thuis kwamen. En daar begon het einde van haar lijdensweg, het einde waarmee ik deze kroniek begon.

Epiloog

‘Dat was het verhaal,’ zegt Marieke aan het eind van onze ontmoeting. Romées overlijden is dan nog maar een maand of tien geleden en ze zit nog barstensvol kritiek en boosheid over de hardnekkigheid waarmee de vele behandelaars waarmee haar dochter te maken heeft gehad steeds maar weer nieuwe therapieën en medicijnen voorstelden en toepasten, zonder met haar in gesprek te willen gaan over haar “persisterende doodswens”, zoals dat in het jargon heet.
Marieke vindt dat euthanasie wegens psychisch lijden ook mogelijk moet zijn voor jonge mensen, ‘want wie zijn wij om te bepalen dat iemand persé tachtig moet worden als ze het leven niet kunnen dragen en er geen uitzicht meer is dat het ooit beter wordt?’
Met vuur in haar ogen: ‘Die psychiater heeft haar de dood ingejaagd.’
Ik schrik er van. Herhaal de zin. ‘Heb je echt dat gevoel?’
Nu aarzelt ze.
Daarna, rustiger: ‘Nou ja, het is gewoon… Al met al, niet alleen hij, door alles wat er gebeurd was had Romée haar hele vertrouwen in de psychiatrie verloren. Ze is alleen maar slechter geworden door alle behandelingen. Ze was zo wanhopig… Er is niet naar haar geluisterd, er werd alleen gewerkt volgens voorgeschreven protocollen. Ik heb ze nog zó gewaarschuwd, in het laatste overleg. Dat al haar eerdere suïcidepogingen daardoor getriggerd waren.’
Weer vlammend: ‘En dan verbieden ze één dag voor haar dood de enige die ze vertrouwde om nog contact te hebben.’
Stilte.
‘Gooiland raadde Jorien ook af om naar de uitvaart te komen. Maar ze is toch gegaan. Alleen heeft ze haar toespraak laten voorlezen.

Marieke laat me een foto zien van het hele gezin. Arjan is anderhalve kop groter dan zij, van de drie zussen, Romée, Anouk en Britt is Romée de langste. Drie mooie jonge vrouwen, blond, ze lijken op elkaar.
Ik wil weten hoe het er voor staat met het gezin. Mariekes gezicht licht op. Niet lang geleden is het eerste kleinkind geboren, een zoon van Anouk.
‘Je hoort wel dat huwelijken kapot gaan na zo’n heftige gebeurtenis, maar het heeft ons wel sterker gemaakt. Ons gezin was altijd al hecht overigens. Romée kon het beste met Anouk praten. En Britt was haar maatje, ze kon altijd bij haar terecht zonder iets te hoeven. Arjan ken ik al vanaf onze jeugd. We verwerken het op onze eigen manier. Hij was erg van de kaart na Romées dood. Het is vijf jaar heel spannend geweest, maar ergens heeft hij altijd hoop gehouden. Zo’n interview is nog niks voor hem. Maar daarin respecteren we elkaar. Britt is ook nogal gesloten bij ons, gelukkig niet met haar vriendinnen. Ik ben wel een beetje ongerust over haar, ze is zwaar belast op haar nieuwe werk en ze weten daar niet wat er gebeurd is.’

En zijzelf? Kan ze alweer werken?
Marieke kijkt een beetje verlegen.
‘Het lukt nog niet zo erg. Voor Romée ziek werd werkte ik vierentwintig uur. Dat werd langzamerhand steeds minder, de laatste weken voor haar dood kon ik helemaal niet meer werken. Ik ben in januari weer begonnen bij Buurtzorg. Twee keer twee uurtjes en dat langzaam wat uitgebreid, nu drie dagen drie uur. We hebben geen leidinggevende, we doen de planning samen. M’n collega’s houden bij dat de lijstjes niet te lang worden. Ik ren twee keer per week, wandel veel, heb veel vriendinnen. We gaan één dag per week bij ons op Quin passen, tegen die tijd moet de verbouwing wel klaar zijn.’
Ze geeft me het webadres waar ik de video vande uitvaart op kan vinden. Uit haar oude boodschappentas haalt ze een fotoboekje. ‘Dat mag je van ons lenen.’
Met een lachje: ‘Als ik het maar wel terugkrijg.’

Een paar dagen na onze ontmoeting bekijk ik het boekje. Op de rechterpagina’s staan foto’s van Romée. Met een enkele uitzondering zie je haar zielsziekte er niet aan af, ze lacht vaak met haar tanden bloot. Op de linkerpagina’s staat een gedicht. In het colofon lees ik dat het is geschreven door haar man, voor Jorien “met wie Romée alles deelde.”
Teveel betrokken was het motief voor het contactverbod dat Jorien kreeg en dat zelfs nog gold voor Romées uitvaart.
Joriens toespraak op de uitvaartplechtigheid, daar als eerste voorgelezen, eindigde als volgt: “Als ik zag dat je het zwaar had pakte ik je hand vast, waarop je mijn hand fijnkneep en niet meer los liet. Ik kon jouw pijn, jouw verdriet, jouw lijden letterlijk voelen.”
Betrokken?
Nou en of.
Teveel betrokken?
Ik denk: gelukkig maar dat niet iedereen in de geestelijke gezondheidszorg in de greep is van protocollen, voorzichtigheid, angst voor justitie of, nog erger, onverschilligheid.

Tijdens het schrijven heb ik af en toe contact met Marieke. In die weken komt Romée zo dicht bij me dat ik Marieke vraag of ik het boekje met foto’s en het gedicht mag houden. Dat mag.

Onno Bosma

Begin juli 2026

Het verhaal is opgeschreven zoals Marieke Harting het heeft ervaren en verteld in haar dagboek en het gesprek, 4 april 2026, bij mij thuis. Het is geen onderzoek. Ik heb geen wederhoor toegepast en de namen van de meeste personen die in het verhaal voorkomen heb ik daarom veranderd. Ook de instellingen heb ik geanonimiseerd. Drie personen die wel onder hun eigen naam voorkomen hebben het concept gelezen, hun opmerkingen heb ik verwerkt: Menno Oosterhoff, Matthijs van Schendel en Jorien Vernooijs. De gezinsleden van Romée, allen onder hun eigen naam, hebben het concept ook kunnen lezen.
Ik heb geen AI gebruikt bij het schrijven. Ik heb wel veel hulp gehad van Aukje Schrijver, die als meelezer waardevolle suggesties gaf over hoe van de verschillende bronnen een samenhangend verhaal te maken.